Ommerschans: de binnenkant van armoede (2) 

Voor mij ligt een bijzonder boek. Een boek over armoede en verdriet. Een boek vol verhalen over mensen aan de zelfkant van de samenleving. Mensen die daar al dan niet door eigen ‘schuld’ terecht zijn gekomen. Verhalen over vroeger en nu. Van mensen die zo’n tweehonderd jaar geleden naar de bedelaars- en strafkolonie Ommerschans gestuurd werden. En van mensen van nu, die om verschillende redenen moeten leven in absolute of sociale armoede.

Voor de verhalen van vroeger zijn leden van het Schrijverscollectief Hardenberg en enkele gastschrijvers uit de regio in de huid gekropen van echte personen die in de Ommerschans geleefd hebben. De verhalen van nu zijn verteld door ‘ervaringsdeskundigen’ op het gebied van armoede. Onze dorpsgenoot Jannes Kuik (voormalig stadsdichter van Ommen) heeft met twee verhalen en vier gedichten een zeer lezenswaardige bijdrage geleverd aan dit boek. En hij is iemand die mij meer kan vertellen over de Ommerschans van toen en armoede in het algemeen nu.

Was het echt zo beroerd in de Ommerschans?

“ Ja,  de Ommerschans was een immens gebouw dat plaats bood aan wel duizend kolonisten,” vertelt Jannes,” Op een gegeven moment zaten er zelfs tweeduizend! Het had een grote binnenplaats, die door een hek in tweeën was gedeeld, waardoor mannen en vrouwen gescheiden werden, ook al waren ze getrouwd. In die tijd was rondtrekken zonder middelen van bestaan strafbaar, moet je weten, en je werd al gauw als bedelaar of landloper beschouwd. Zonder gerechtelijke uitspraak kon je dan naar de Ommerschans gestuurd worden. Weet je dat de overgrootvader van Herman Finkers ook in de Ommerschans heeft gezeten?  Van één op de zestien Nederlanders van nu zat een voorouder daar!”

Hoe was het leven binnen de Ommerschans?

“ Het werk dat de mensen moesten doen was loodzwaar, de verdiensten minimaal, het rantsoen gebrekkig en de medische situatie ronduit belabberd. De bewoners ontgonnen het land of werkten in een fabriek. De Ommerschans had een spinnerij, een kleermakerij, een schoenmakerij, een touwslagerij en een timmerwerkplaats.”

Kregen de mensen genoeg te eten en wat waren hun verdiensten?

“ Nou, dat eten liet nogal te wensen over. Men ging namelijk uit van het principe ‘ Wie niet werkt, zal ook niet eten’ en daarom kregen bijvoorbeeld zieken en zwakken maar één maaltijd per dag. Dat eten bestond grotendeels uit tuinbonen en was dus weinig geschikt voor iemand die zware arbeid moest verrichten. Kinderen moesten het per week doen met een homp brood ter grootte van twee kadetjes en hadden dus vaak honger. En dan te bedenken dat je, als je mindervalide of gehandicapt was, ook maar de helft van het eten en loon kreeg! Was je ouder dan zestien jaar dan bedroeg je loon één gulden vijftig per week. Voor kleding en eten werd daarvan een gulden per week ingehouden. De overige vijftig cent kreeg je in vijf briefjes van een dubbeltje, waarvoor je in de winkel van de kolonie extra eten kon kopen. Buiten de kolonie waren die briefjes niets waard.”

 Moesten de kinderen ook werken?

“ Ja, hoor! Van twaalf tot zestien jaar verdienden ze driekwart van de kosten van het eten en van acht tot twaalf jaar de helft. De kosten van het eten en de kleding werden echter wel volledig doorberekend! Een volstrekt onmogelijke situatie! Het gevolg hiervan was dat er van de driehonderd kinderen in het kamp maar dertig op school aanwezig waren. De overigen waren aan het werk. Ook de avondschool werd niet bezocht, omdat de kinderen, als ze van hun werk thuisgekomen waren, geen puf meer hadden om nog wat te leren. Al met al geen wonder dat de kinderen vaak huilden van de honger.”

 En dat noemde zich de Maatschappij van Weldadigheid?

“ Het aanvankelijke idee was goed: armoedige lieden uit het hele land, vaak landlopers en bedelaars, leren door hard werken, onderwijs en onderhoud een eerlijke boterham te verdienen. Eénmaal binnen de muren kwam je echter terecht in een bedroevende situatie van honger, ziekte en onrecht. De weg terug naar de maatschappij was voor velen een hopeloze onderneming.”

 Kun je daar voorbeelden van geven?

“ Er was een vrouw die in Delft woonde en met naaien en breien de kost verdiende. Toen werd haar kind ziek en omdat ze het tijdens haar werk niet op schoot kon houden, had zij gebedeld om geld. Ze werd, met kind, zonder pardon naar de Ommerschans overgebracht. Daar mocht ze met breien niet meer dan een gulden vijftig per week verdienen. Meer breien, dus meer verdienen, werd niet toegestaan. Gevolg: zij zat voor haar leven in de Ommerschans, want geen meerwerk = geen extra verdiensten = geen kans zich te kunnen vrijkopen. En dan is er het verhaal van de invalide man die oppasser was in een van de zalen van het complex. In een strenge winter waren zijn voeten bevroren. De tenen waren er met een nijptang af geknipt! Nu kon hij helemaal niet meer werken en vanwege het ‘wie niet werkt, zal ook niet eten’ teerde hij langzaam weg. En er werd niet naar hem omgekeken!”

Kon je buiten je schuld in de Ommerschans verzeild raken?

“ Ja, er zijn verschillende van die gevallen bekend. Zo was er een vrouw die aardappelen ophaalde bij haar dochter. Zij werd door een veldwachter opgepakt en naar de Ommerschans gestuurd. Dan is er het voorval van een arbeider die door overmatige inspanning en te weinig eten flauwvalt. De marechaussee pakt hem op en zendt hem naar de schans. Zijn vrouw en kinderen worden niet ingelicht en raken verstoken van eten en inkomsten. En zo zou ik nog wel even kunnen doorgaan.”

In het boek staan ook verhalen van nu.

Klopt, hoewel je vaak hoort dat de welvaart in ons land toeneemt, leven er nog altijd mensen in armoede. Daar wordt wel over gesproken, maar wie doet er wat aan? Het is dit jaar tweehonderd jaar geleden dat de Ommerschans werd toegevoegd aan de Maatschappij van Weldadigheid. Vorig jaar is er extra aandacht geweest om de Ommerschans, als bijzonder stukje Overijssel, meer bekendheid te geven. Een hoogtepunt was de uitgave van het boek “ Onzichtbare mensen, leven in de echo van de Ommerschans”. Daarin staan verhalen en gedichten over armoede vroeger en nu. Ondanks de goede bedoelingen van toen en de vele initiatieven van nu is armoede nog steeds niet uitgebannen. Armoede is van alle tijden en kent vele vormen. Mensen van toen en mensen van nu hebben er mee te maken. Over hun uitzichtloosheid en verdriet gaat dit boek. Maar ook over hun veerkracht en uithoudingsvermogen. Over de binnenkant van armoede.”

In het onlangs verschenen boek wordt de geschiedenis van de Ommerschans tot leven gebracht. De experimentele bedelaarskolonie blijkt op een mislukking te zijn uitgelopen. Aan ons de opdracht mensen in een kwetsbare positie op weg te helpen. Laat het boek een brug slaan tussen verleden en heden!

Onzichtbare mensen,

Leven in de echo van de Ommerschans.

Armoede Toen en Nu – Verhalenbundel – Auteurs uit het Vechtdal.

Uitgever: Boekwriter4all.

ISBN: 9789082717747.

Verkrijgbaar in de boekhandel.

© Bert Rodenburg

Jannes Kuik

Geef een reactie