Lemelerveld in oorlogstijd

Vanuit het zuiden nadert een aantal soldaten van de Canadese Infanterie Brigade de Nieuwstraat in Lemelerveld. Enkele mensen van het ondergrondse verzet hebben hen op het juiste spoor gezet. Voorzichtig bewegen ze zich door de Dorpsstraat in de richting van de vernielde Ellebroeksbrug. De Duitsers hebben haar opgeblazen om de opmars van de Canadezen te vertragen. Ook houden de Duitsers zich nog schuil in de buurt van de overblijfselen van de brug. Na een kort maar hevig vuurgevecht trekken de Duitsers zich terug in de richting Dalfsen. Dan staan de Canadezen voor het kanaal. Aan het kanaal tussen Lemelerveld en Raalte wordt ook nog gevochten. Er zitten Duitsers in de Strenkhaar. Maar lang duurt dat niet. Als ze vanuit de toren van de Heilig Hartkerk worden beschoten, trekken ze zich terug in de richting Rechteren.
Het is tien april negentienvijfenveertig……… Lemelerveld is vrij!

De donkere oorlogsjaren zijn ook in Lemelerveld niet onopgemerkt voorbijgegaan. Er zijn verschillende plekken in ons dorp die ons daaraan herinneren. In samenwerking met de Historische Kring Dalfsen heeft het Landschap Overijssel een wandelroute van ongeveer viereneenhalve kilometer samengesteld die je langs kenmerkende punten uit die roerige tijd voert. Een punt daarvan wil ik hier wat nader onder de aandacht brengen.

Het verzetsmonument van Lemelerveld staat in de voortuin van de Gereformeerde Kerk aan de Kerkstraat. Met die kerk is de naam van dominee Vogelaar onlosmakelijk verbonden. Hij maakte samen met zijn echtgenote deel uit van de verzetsgroep Dalfsen- Ommen- Lemelerveld. Op een gegeven moment werden er door geallieerde vliegtuigen wapens en munitie gedropt voor het verzet. Een gedeelte van deze wapens en munitie werd opgeborgen tussen de zolder en het dak van de Gereformeerde Kerk. Uiteraard met medeweten van de dominee. Echter, in de nacht van zeventien op achttien november 1944 deden de Duitsers een inval in de kerk. Zij zullen ongetwijfeld getipt zijn. Dominee Vogelaar wist ternauwernood te ontsnappen, maar de wapens en de munitie werden gevonden en de kerk werd op last van de Sicherheitspolizei gesloten. Op de voordeur van de kerk werd een bord gespijkerd dat vermeldde dat de ‘terroristen-dominee’ wist dat er in de kerk Engelse wapens lagen verborgen. Het bevel tot sluiting geschiedde op last van Rauter, de ‘höhere SS und Polizei Führer Nord-West’. Hij zou later bij de Woeste Hoeve door leden van een knokploeg vermoord worden, wat ondermeer leidde tot de Duitse vergelding op de mannelijke inwoners van het Gelderse dorp Putten. Honderdzeventien mannen worden op de Woeste Hoeve ter dood gebracht en als afschrikwekkend voorbeeld langs de rand van de weg neergelegd…. Het bord bevindt zich nog steeds in de consistorie van de kerk.

Hoe waren de Duitsers aan de informatie gekomen? Waarschijnlijk als volgt:
Op zeventien november 1944 fietsen Dick Doevelaar en Jan Houtman van Luttenberg naar Lemelerveld met achterop de fiets een blik benzine. Rijdend in de Dorpsstraat worden ze, ter hoogte van slagerij Muller, aangehouden en gearresteerd.Ze worden in een auto gezet en in de richting Lenthe gereden, waar ze hun onderduikadressen moeten aanwijzen. Op een van deze adressen onderneemt Jan Houtman een vluchtpoging, maar hij wordt hierbij doodgeschoten. Doevelaar wordt meegenomen naar kamp Erica bij Ommen en daar ondervraagd. Dat zal bepaald niet zachtzinnig gegaan zijn, want Doevelaar heeft daar naar alle waarschijnlijkheid alles verteld wat hij wist over het verzet in Dalfsen- Ommen- Lemelerveld. Van de verzetsgroep blijft weinig meer over. Men houdt zich koest tot het einde van de oorlog.

Hoe kwam het verzet aan zijn wapens en munitie?
In het buitengebied van heel wat plaatsen in Nederland waren afwerpterreinen. Ze waren zorgvuldig uitgezocht en allemaal van een codenaam voorzien. Door middel van gecodeerde berichten via de geheime radiozender ‘ Radio Oranje’ werd de leiding van een verzetsgroep op de hoogte gebracht van een zending. Zo kon men bijvoorbeeld de boodschap beluisteren: “ Jan, de kip wordt geslacht!” Men wist dan dat er de eerstvolgende nacht een zending zat aan te komen. In Stegeren bij Ommen was een droppingsveld dat ‘Evert’ genoemd werd. Hier werden vanaf 1944 door geallieerde vliegtuigen parachutes gedropt met daaraan containers bestemd voor het verzet. Bij zo’n dropping werden de leden van een ‘ ontvangstploeg’ en een ‘ opvangploeg’ ingeschakeld om het afwerpterrein met lichtbakens en seinlampen in te richten. Het afwerpterrein Stegeren lag onder de rook van het beruchte strafkamp Erika. De droppings werden echter allemaal tot een goed einde gebracht. Naar alle waarschijnlijkheid waren de wapens, die gevonden werden in de kerk in Lemelerveld, afkomstig van een dropping op het Stegerense Veld.

De mensen uit het verzet waren doodgewone Nederlanders, geen avonturiers, geen supermensen, geen onverschrokken aanvoerders van op roem beluste vechtersbazen. Er zijn er geweest die, elke keer weer, bij een overval hun zenuwen nauwelijks in bedwang konden houden van pure menselijke angst. Ze beschikten niet over bovenmenselijke gaven. En ze beschouwen zichzelf allerminst als helden. Ze hadden hun zwakke eigenschappen. Maar allen hadden één ding gemeen: ze wisten dat zij tegenover het grootste onrecht het hoogste recht moesten verdedigen, omdat ze niet anders konden.

Naar aanleiding van bovenstaand artikel de volgende aanvulling:
In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 beschoten leden van de Puttense verzetsbeweging bij de Oldenallerbrug tussen Putten en Nijkerk een auto met officieren van de Wehrmacht. Bij het vuurgevecht kwam een Duitse officier en een van de verzetsmensen om het leven. Een dag later werd op bevel van generaal Christiansen een vergeldingsactie uitgevoerd. Zes mannen en een jonge vrouw werden doodgeschoten. Ruim honderd woningen werden in brand gestoken. Op 2 oktober werden 659 mannen afgevoerd. Daarvan werden 601 op transport gezet naar concentratiekamp Neuengamme. Na de oorlog keerden slechts 48 mannen terug. Bij de slachtoffers van de vergeldingsactie van de Duitsers na de aanslag op Rauter bij de Woeste Hoeve waren, voor zover bekend, geen inwoners van Putten.

(met dank aan Willy Wellenberg, die mij met zijn opmerking hierover op het juiste spoor zette)
© Bert Rodenburg  fotobewerking: Hans Heerink
Bronnen: Landschap Overijssel, Historische Kring Dalfsen, Historische Kring Lemelerveld, www.dalfsenviertvrijheid.nl, www.wikipedia.org, www.gereformeerdekerken.info, www.destentor.nl, www.tracesofwar.nl, www.weggum.com, www.ommen75jaarvrijheid.nl, Feberwee/ Parmentier:’100-jarig bestaan Gereformeerde Kerk Lemele-Lemelerveld’,1992,
Evert Werkman:’ Ik neem het niet!’,1965. foto’s: Mijn stad, mijn Dorp/ Historische Kring Dalfsen.

Deel dit:

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Advertenties

Sukerbiet op Social Media

Andere berichten