Afgelopen dinsdag werd de eerste editie van het Jaarboek Noord- en West-Overijssel gepresenteerd in het gemeentehuis van Dalfsen. De genodigden werden bij binnenkomst verwelkomd door de Midwinterhoorn Blaasgroep Dalfsen, en dat was niet voor niets. Eén van de verhalen in het boek gaat over deze activiteit en op de cover prijkt een jong lid van deze hobbygroep: Iris Kelder. Zij kreeg, net als burgemeester Michael Sijbom, het eerste exemplaar uitgereikt uit handen van Robert Kemper Alferink, de voorzitter van de Nedersaksische Uitgeverij.
Redactielid Jan Leenhouts nam het initiatief tot de uitgave, in navolging van het Twents Jaarboek, dat al sinds 1961 ieder jaar verschijnt. “Als Twente het kan, kunnen wij het ook”, stelde eindredacteur Mart Heerink, die de zeskoppige redactieploeg aanstuurde bij de samenstelling.
De naam
Maar waar Twente een vrij strak te definiëren streek is, ligt dat in de rest van de provincie een stuk ingewikkelder. De naam voor het Jaarboek was dan ook een heikel punt, zo vertelde Heerink: “Want hoe noem je die streek, onze streek?” De één voelt zich Sallander, terwijl de ander zich meer verbonden voelt met het Vechtdal. Het Vechtdal is overigens een term die ooit door Vechtdal Marketing is gemunt, zo vertelde Kemper Alferink. Na lang wikken en wegen koos de redactie voor de naam Noord- en West-Overijssel, aangezien het beschreven gebied zowel de noordelijke als de westelijke helft van de provincie omvat. Het Jaarboek bedient dus Salland, het Vechtdal, de Kop én de IJsselsteden.
De artikelen in het jaarboek zijn opgedeeld in vier categorieën: immaterieel erfgoed, historie, ‘oonze groond’ en fictie. In de eerste categorie valt het artikel: ‘De midwinterhoorn, van old noar jong’ van Arjan Sterken. Die gaf in sappig Nedersaksisch een uiteenzetting over de historie van dit fenomeen, of beter gezegd, de mythe, want er is geen enkel bewijs dat het midwinterhoornblazen een voorchristelijke oorsprong heeft.
Erfgoed doe je samen
Sterken ontdekte dat jonge blazers die historie ook maar weinig kan boeien: “Vooral het creëren van een mooie toon spreekt hen aan. Maar bovenal vinden jongeren het sociale aspect belangrijk: dit doe je met elkaar. En dat geldt voor vrijwel alle vormen van immaterieel erfgoed: je draagt iets bij aan je eigen streek, je eigen cultuur, en dat doe je sámen.” In het jaarboek is ook aandacht voor het Hospice in Lemelerveld, een plek waar deze saamhorigheid bij uitstek tot uiting komt.
Ook burgemeester Sijbom – zelf opgegroeid in Raalte – stelde dat vast. “Een streek is meer dan een begrensd gebied. Het zit in je hoofd, in de taal, in het landschap. Je zet voort wat je kent uit de verhalen van je ouders en grootouders.” Volgens hem zijn Sallanders, in tegenstelling tot Twentenaren, vaak te bescheiden, te weinig trots op wat ze hebben.
Ook in Dalfsen heeft elke kern zijn eigen identiteit behouden, vindt hij, ook na de samenvoeging van Dalfsen en Nieuwleusen, 25 jaar geleden. “Dat heeft de identiteit van de kernen niet aangetast; ze zijn zelfs sterker dan ooit. Dat is ook onze kracht: dat we zoveel waarde hechten aan onze eigen identiteit. Ons erfgoed verbindt ons. Dat moeten we koesteren. Laten we er actief aan werken om dat te laten voortbestaan.”
Het boek is, net als de stichting zelf, volledig tot stand gekomen door vrijwilligers. Als het aan de redactie ligt, is het eerste Jaarboek het begin van een nieuwe traditie, want er zijn nog zoveel verhalen te vertellen.
Het jaarboek is te koop in de lokale boekhandel (in Lemelerveld bij Blitsspul) of via de website van de Nedersaksische Uitgeverij.
Tekst: Mart Heerink
Foto’s: Hans Heerink




































